Brexit en Kunst

Brexit en Kunst

Kunstadviseur Erik Kussendrager licht toe

De uitkomst van de Brexit-onderhandelingen is tot nu toe vooral chaos en onzekerheid. Net zo ongewis is de impact van een no-deal Brexit op de tarieven voor de import- en export van kunst tussen het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en het continent. Een Brexit zonder afspraken of duidelijkheid over in- en uitvoerrechten voor kunst, betekent dat het verplaatsen van kunstobjecten een kostbare aangelegenheid kan worden.

Een galerie die voor een expositie in het VK kunstwerken tentoonstelt die afkomstig zijn van het continent, hoeft nu geen heffingen te betalen voor het retourneren van de kunstwerken na afloop van de tentoonstelling. Stel nu dat de tentoonstelling opende voor de Brexit en eindigt na een chaotische no-deal Brexit. Dan moeten bij het retourneren van de kunst naar het Europese land van oorsprong, nu ineens wel invoerheffingen worden betaald. In Italië is die invoerheffing maar liefst 10%.

Ter illustratie: De Italiaanse-Frans-Britse galerieketen Tornabuoni Art koos al eieren voor haar geld. Er werd besloten een tentoonstelling in het VK met werken van de Italianen Alberto Burri en Lucio Fontana te verkorten. De einddatum van de expositie werd bepaald op voor 29 maart 2019, de datum waarop de Britten uiterlijk de EU zouden verlaten (inmiddels 12 april 2019). De gezamenlijke waarde van de werken is zeventig miljoen euro. Dat is zeven miljoen aan onzekerheid over eventuele heffingen.

Door de kunstwereld wordt voorgesorteerd op die onzekerheid. Er is een toename in het aantal kunstwerken vanuit het VK naar het vasteland gebracht en daar wordt opgeslagen. Deze week werd wel bekend dat het tot-en-met in elk geval december 2019 geval mogelijk blijft om kunst zonder vergunning of heffingen tussen het VK en de EU te verplaatsen, mocht het 22 mei komen tot een no-deal Brexit. Daarna begint de onzekerheid opnieuw.

Een Brexit biedt ook mogelijkheden voor het VK. Na de Brexit kan zij ervoor kiezen om de importtarieven voor kunst op te heffen of te verlagen ten koste van de Europese kunstmarkt. Nu al zijn de tarieven in Groot-Britannië zeer gunstig met 5%. Het Verenigd Koninkrijk is de op één na belangrijkste locatie voor internationale kunsthandel. Na de VS met 44% neemt het VK de tweede plaats voor haar rekening met 21% van de wereldhandel gemeten naar waarde van de verhandelde kunst. Van de internationale handel in het VK is 80% met niet-Europese landen.

Daartegenover staat de VK door haar huidige aantrekkelijke heffingen nu wordt gebruikt als internationaal doorgeefluik naar Europa. Wie vanuit buiten Europa een werk naar Italië wilt importeren kan dat nu nog doen via het VK. Een verschil dus van 5% aan invoerheffingen. De vraag is daarom hoe groot het aandeel is van de Europese doorgeefluik-functie op de Britse kunstmarkt. Met andere woorden in welke mate wordt de Britse top twee positie bepaald door Europese kopers? En wat gaan die kopers doen na een no-deal Brexit?