Kunst in de drogisterij

Kunst in de drogisterij

Blog kunstadviseur Erik Kussendrager

De ontwikkelingen aan de overkant van de Noordzee zijn in voorgaande blogs regelmatig de revue gepasseerd. Na het blog over de portretten van Johnson en Churchill nu aandacht voor een portret aan de continentale zijde van Europa. Maar welk portret? Of liever de vraag: wie kan, net zoals Churchill ooit Groot-Brittannië symboliseerde, Europa verzinnebeelden?

Een recent bezoek aan een kunstverzamelaar bracht het antwoord en leidde ondergetekende naar Ludwig von Beethoven. En dan is het een kleine sprong naar zijn beroemde 9e symfonie, ook wel bekend als Ode an die Freude, maar vooral bekend als het Europese volkslied.

Het kunstwerk in kwestie is een zeefdruk met de titel Beethoven, gemaakt door Andy Warhol in 1987. Warhol baseerde zich op een portret van Beethoven gemaakt door Joseph Karl Stieler. Dit iconische schilderij uit 1820 siert menig koektrommel, koffiemok of albumhoes in de CD-bakken van de plaatselijke drogisterij.

Net zoals het portret van de Mona Lisa is het portret van Beethoven zo vaak en op zoveel plekken gereproduceerd, dat het onderdeel is geworden van ons culturele geheugen. Het gevolg is dat het schilderij wereldberoemd is zonder dat het echt gezien wordt.  Het is een cultureel icoon en symbool – met een beetje goede wil – voor klassieke muziek geworden.

Deze iconische status heeft als gevolg dat het oorspronkelijke schilderij minder belangrijk wordt. Het is de symbolische functie die het werk zijn aureool verschaft. De fysieke drager, het schilderij zelf, wordt hieraan ondergeschikt. 

De nivellering tot massagoed als gevolg van overmatige reproductie van het oorspronkelijke schilderij, wordt door de 20e-eeuwse filosoof Walter Benjamin ‘het verlies van de aura van het kunstwerk’ genoemd. Men zou kunnen zeggen dat de magie van het authentieke kunstwerk van zijn sokkel is gevallen en de tempel van uniciteit is ontheiligd.

Maar genoeg van deze zware beeldspraak, want voor men het weet vliegt een zekere uil uit. Waar het om gaat is dat Andy Warhol de gevolgen van reproductie glashelder doorzag en vervolgens de regels wijzigt. Als kunst massacultuur wordt, waarom kan massacultuur dan geen kunst zijn? Zo was immers zijn gedachte. Het is daarom dat Warhol behoort tot de boegbeelden van de Pop Art. De beweging waarin alledaagse objecten uit de commerciële en geïndustrialiseerde massacultuur tot kunst worden verheven. Soepblikken, wasmiddelverpakkingen en Hollywood, hoe gewoner en banaler hoe beter.

Het intelligente aan Warhols’ Beethoven is dat hij de regels nóg een keer wijzigt. Stielers’ tot massacultuur verworden portret van Beethoven wordt door kunstenaar Warhol in ere hersteld door het terug te brengen in het domein van de kunst. Maar door dit te doen draagt Warhol ook weer bij aan de reproductie van Beethovens portret. En hij maakte in totaal vijfenzeventig exemplaren. Niet bepaald wat je noemt een respectvolle restauratie van het van de sokkel gevallen authentieke kunstwerk.

On top of that, letterlijk in dit geval, giet Warhol een aangenaam sausje van de muzieknoten van Beethovens’ über-romantische Maansonate. Terwijl Beethoven op het oorspronkelijk schilderij in zijn handen staat met de partituur van zijn relatief minder bekende maar wezenlijke compositie Missa solemnis. De magie van Warhol voltrekt zich op het punt waar de kunstenaar massacultuur en kunst weet te verbinden. Of, zoals het koor zingt in Beethovens 9e: ‘Deine Zauber binden wieder, was die Mode streng geteilt.’