Anghiari

Anghiari

De heilige graal

In mijn vorige blog schreef ik over hoe Banksy zijn eigen werk vernietigde om een nieuw kunstwerk te creëren. Dit keer bespreek ik een verdwenen meesterwerk van Leonardo da Vinci dat alleen gevonden kan worden door een ander kunstwerk te vernietigen. Dat is de befaamde en verloren gewaande muurschildering De slag bij Anghiari. Het werk van Da Vinci is zoiets als de heilige graal voor kunsthistorici en doet niet onder voor het beroemde Laatste Avondmaal.

Er zijn momenteel twee tentoonstellingen in Nederland gewijd aan kunstenaarstekeningen- en studies. Daar worden ook werken gepresenteerd die tonen hoe Da Vinci’s verloren meesterwerk eruit heeft gezien.

De slag bij Anghiari
In 1440 stonden de legers van Milaan en Florence en hun bondgenoten tegenover elkaar bij het stadje Anghiari. De uitkomst van de strijd zou bepalen wie de macht kreeg over een groot deel van Italië. De strijd tegen aartsrivaal Milaan werd gewonnen door de Florentijnen. Deze belangrijke overwinning diende natuurlijk te worden verheerlijkt en vereeuwigd. Leonardo da Vinci kreeg de opdracht in 1503 om in het Palazzo Vecchio in Florence een muurschildering te maken. Hij ontwierp een schilderij van ruim vijftien bij zes meter. Ter vergelijking: de Nachtwacht is ongeveer vijf bij vier meter.

Naast de omvang was ook de techniek die Da Vinci gebruikte ambitieus. Da Vinci was innovatief en probeerde een nieuwe techniek uit met olieverf in plaats van de toen gangbare frescotechniek. Door problemen met de droging van het materiaal begon het schilderij uit te lopen en alleen het middendeel bleef intact.

Omstreeks 1560 besloot Cosimo I de’ Medici dat de wanden van de zaal in het Palazzo Vecchio een nieuw decoratieprogramma moesten hebben dat was gewijd aan de stad en hémzelf. De Florentijnse kunstenaar Giorgio Vasari kreeg hiertoe de opdracht en ook Da Vinci’s schilderij werd overgeschilderd en verdween.

Leonardo Da Vinci maakte diverse studies voor de De slag bij Anghiari waardoor we weten hoe delen van het schilderij eruit hebben gezien. Hij maakte onder andere een fenomenale voorbereidende studie in rood krijt van het hoofd van de Florentijnse legeraanvoerder Pier Giampolo Orsini. Ook van de Milanese legeraanvoerder is een studie gemaakt door Da Vinci waarbij het agressieve en krijgslustige karakter wordt benadrukt. Deze twee tekeningen zijn momenteel te zien in de tentoonstelling Leonardo da Vinci in het Teylers Museum in Haarlem.

Voordat De slag bij Anghiari werd overgeschilderd door Vasari, had het werk snel grote faam verworven. Uit alle windstreken kwamen kunstenaars naar Florence om het te bekijken en te bestuderen. Zij maakten kopieën van het bewaard gebleven middendeel van de wandschildering. Eén van deze kopieën werd gemaakt door Peter Paul Rubens. Zijn kopie werd vervolgens medio 1660 als prent gekopieerd door Gerard Edelinck en die prent is nu ook te zien het Teylers Museum. Deze prent geeft een goed beeld van hoe spectaculair het oorspronkelijke schilderij van Da Vinci moet zijn geweest. 

De afgebeelde mannen hebben een uitgesproken expressie en zijn vol van strijdlust en verbetenheid. Het is een strijd op leven en dood en het vaandel wordt veroverd door de legeraanvoerder van de Florentijnen. Zo toont het middendeel vier ruiters die in een verhitte strijd verwikkeld zijn om de vaandelstandaard van Milaan. De weergave van de beweging van de paarden en mannen is buitengewoon. In het grote formaat van het originele schilderij moet dit een verpletterende indruk hebben gemaakt op de toeschouwer. Die zal het gekletter van staal, gestamp van paardenhoeven en het geschreeuw van de krijgers bijna hebben kunnen horen door de enorme intensiteit van het werk.

Diezelfde woestheid en dynamiek van de strijd zijn ook te zien in de schitterende studie met olieverf voor het schilderij de Leeuwenjacht van Rubens. Hij had een bijzondere interesse in Italiaanse kunstenaars en verbleef acht jaar in Italië. Hij gebruikte De slag bij Anghiari als voorbeeld voor zijn Leeuwenjacht. De compositorische overeenkomsten tussen de Slag bij Anghiari en Leeuwenjacht uit 1615 zijn onmiskenbaar. Met het verschil dat het hier geen strijd tussen twee legers maar tussen mens en dier betreft. Het werk is nu te zien in de tentoonstelling Pure Rubens in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Vernietigen om te creëren
Een Italiaanse kunsthistoricus claimde deze eeuw dat hij aanwijzingen had dat de originele muurschildering van Da Vinci nog bestaat. Zijn theorie is dat Giorgio Vasari wanden plaatste voor de bestaande schilderingen om deze te beschermen uit respect voor de grote meester.

Onderzoek heeft aangetoond dat achter de wand waarop de schilderingen van Vasari zijn gemaakt, zich inderdaad nog een andere wand bevindt. Door een microscopisch gaatje te maken in de wandschildering van Vasari, is ontdekt dat op deze wand verfresten zitten die corresponderen met verf uit de tijd van Da Vinci. Het is echter de vraag of dit de resten van de De slag bij Anghiari zijn en het betekent zeker niet dat het werk van Da Vinci daar ook daadwerkelijk nog in volle glorie te zien is.

Er is maar één manier om daarachter te komen. Dan moeten de wanden met het schilderingen van Vasari worden verwijderd. De schilderijen zullen dan onherstelbaar beschadigd raken. Het maken van het gaatje zorgde destijds voor veel consternatie vanwege de opzettelijke beschadiging van het erfgoed van Vasari. Daarom durft men het tot nu toe niet aan om een serieus kijkje achter de oude schermen te nemen. Dat lijkt mij wijsheid.

Gelukkig maken de twee tentoonstellingen in het Teylers Museum (tot 6 januari 2019) en het Museum Boijmans Van Beuningen (tot 13 januari 2019) het verloren meesterwerk weer even zichtbaar.